Filosofie: Simone Weil: wars van iedere kamergeleerdheid
Simone Weil: wars van iedere kamergeleerdheid
Simone Weil (overleden in 1943 op 34-jarige leeftijd) is een van de meest fascinerende filosofen van de 20e eeuw, maar tegelijkertijd minder bekend als tijdgenoten van haar, Simone de Beauvoir en Jean Paul Sartre.
De redenen? Deze zijn divers, maar m.i. is de belangrijkste: Weil ‘doet wat ze zegt’ en ze duldt geen scheiding tussen theorie en praktijk. Dit zien we terug in haar levenshouding, een houding die ons in verlegenheid brengt.
De schrijver Heinrich Böhl merkte hierover op: ’Simone Weil, een last op mijn ziel. Boeken die ik gelezen heb en waartegen ik niet opgewassen ben. Ik zou over haar willen schrijven, haar stem Stem geven, maar ik weet: het lukt me niet, ik ben niet tegen haar opgewassen, noch intellectueel, noch moreel, noch religieus (…) Ik heb angst voor de consequenties die zij mij zal opleggen wanneer ik haar werkelijk te dicht nader. In die zin is zij niet ‘literatuur als bagage’, maar een last op mijn ziel’.
Filosofe Simone Weil twijfelt aan de Verlichting, zij verwerpt een zeker politiek vooruitgangsgeloof. Een twijfel die voortkomt uit haar visie op de natuur van de mens.
Om meer zicht te krijgen op deze natuur van de mens, op zijn zinloosheidservaringen in de arbeid die de werkende mens, met name de fabrieksarbeider in zijn werk dagelijks ervaart, gaat ze zelf in een fabriek werken. Hier denkt zij de crisis van de rede nadat zij deze in haar arbeidservaring van totale ’subjectloosheid’ aan den lijve had ondervonden. Haar ervaring bracht haar tot de conclusie dat zij onder bepaalde omstandigheden niet in staat bleek ‘haar denken overeind te houden’, anders gezegd ‘om iemand te zijn’. Het onrecht dat zij onderging tijdens haar zware werk in de fabriek, maakte dat zij niet meer in staat was om het lijden van de anderen en dat zichzelf bewust waar te nemen of zich er in moreel opzicht van te distantiëren. Ze schreef in haar dagboek; ‘Door mijn verblijf in de fabriek, waar ik, zowel in de ogen van mijzelf als in die van anderen, geheel in de anonieme massa was opgegaan, is het ‘ongeluk’ van de anderen in mijn vlees en ziel gedrongen. Niets scheidde me van hen, want ik was werkelijk mijn verleden vergeten en dacht aan geen enkele toekomst’.
Simone Weil bestudeert vervolgens dit verlies van de rede en van identiteit en vraagt zich af hoe het komt dat de 20e -eeuwse mens zo van zichzelf en van de anderen is vervreemd? Een van zichzelf en de anderen vervreemde mens in een ‘ontwortelde’ samenleving. ‘Niet meer dan ‘nummers’ zijn we geworden in een zinloos arbeidsproces’. Hoe heeft deze ‘ontworteling’ van de mens kunnen plaatsvinden.
Terwijl iedereen nog in de ban was van het ‘vooruitgangsgeloof ‘voorzag Weil in tegenstelling tot Sartre en De Beauvoir al in een vroeg stadium hoe het fascisme zich stevig begon te nestelen in het hart van de maatschappij. Als een van de weinigen onderkende zij al in de vroege dertiger jaren van de 20e eeuw het opkomend fascisme dat slinks gebruik wist te maken van de onrust in een ‘ontwortelde samenleving’.
Ook heden spreken we van een cultuurcrisis, van een ‘ontwortelde’ samenleving. Hiermee bedoelt men een samenleving waarin iedereen met zichzelf bezig is; de politiek waarheid en leugen door elkaar gebruikt om macht over haar burgers te verkrijgen; een samenleving waarin de social media een macht op zichzelf is, die iedereen ‘onderwerpt’ aan de dwang van het systeem om te consumeren en waarin de mens als gebruiker van het systeem continue verleid wordt om Fakenews tot zich te nemen en door influencers op de hielen te worden gezeten. Nooit eerder was de mens zo kwetsbaar m.b.t. zijn waardigheid als mens als in onze huidige tijd. Simone Weil’s pleidooi voor menselijke waardigheid is de reden waarom haar filosofie heden zo in de belangstelling staat.